Kei-cars zijn de kleinste motorvoertuigen die in Japan zijn toegestaan, met unieke vormen en bescheiden motoren. Begonnen met een maximum van 150cc, groeide de capaciteit in de jaren '90 naar 660cc, met iconen als de Suzuki Cappuccino en Honda Beat. Ondanks het vermogen van slechts 63 pk, blijven de afmetingen sinds 1998 hetzelfde: maximaal 3,4 meter lang en 1,48 meter breed.
In de jaren '70 ontstond een nog kleinere autoklasse: de micro-auto. Mitsuoka Motor, aanvankelijk een importeur van Europese auto's, introduceerde in 1982 de BUBU Shuttle-50. Met een ontwerp dat leunde op eenvoud – drie wielen en een 50cc motor – had deze auto enkel een bromfietsrijbewijs nodig en konden zelfs mensen met een lichamelijke beperking er gebruik van maken.
Ondanks hun populariteit vielen micro-auto's uit de gratie na regelgeving die een vol rijbewijs vereiste. Toch heeft Kaoru Hasegawa, een verzamelaar uit Wakayama, de nalatenschap weten te bewaren. Zijn WAZUKA Micro Car Museum toont deze unieke voertuigen, die vaak zeldzamer zijn dan supercars. Gevestigd in een klein huis omarmt het museum de cultuur van kleinschalige wonderen die Japan biedt.
Hasegawa-san deelt zijn passie via sociale media en verwelkomt bezoekers met interesse in micro-auto's van over de hele wereld. Het museum, en de collectie die erin huist, is een eerbetoon aan het innovatieve en speelse karakter van deze voertuigen.
Samenvatting: Dit artikel duikt in de wereld van Japanse kei- en micro-cars. We verkennen hun oorsprong, culturele impact en hun huidige status dankzij verzamelaars zoals Kaoru Hasegawa. Zijn museum biedt een kijk op dit unieke stukje Japanse automobielgeschiedenis.